Composer: Henri Zagwijn (1878-1954)
text: Guido Gezelle (1830-1899)
(Ndl) (Belgium)
AveWiki link
Recording:not available
Lyrics:
Hoe hel-der klinkt de klok-ken-taal
de klok-ken-taal ten tor-ren uit:
tot ne-gen-maal her-haalt, her-haalt de kle-pel, _
op den _ ron-den boord, zijn be'e-ge-klop!
De land-man laat zijn’ ros-sen staan
naar huis zal hij, en rus-ten, gaan
maar, eer hij stap van ste-de zet,
zoo bidt hij _ nog zijn _ klok-ge-bed.
zijn klok-ge-bed.
Een en-gel naar Ma-_-ri-a kwam:
de bood-schap hij van _ ‘t_Boe-te-lam had mee-ge-bracht:
en ne-gen-maal be-groet haar nu de klok-ken-taal.
tot ne-gen-maal, en ne-gen-maal
be-groet haar nu de klok-ken-taal.
tot ne-gen-maal, tot ne-gen-maal.
Gods eeuw-ig Woord het licht ver-liet
des he-mels, en Ma-ri-a biet
het moe-der zijn van Hem die,
aan den _ boom, voor ons
heeft _ boe-t'_ont-_-va'an. _ _
De land-man, na den laat-sten klop,
van bid-den houdt, van wer-ken, op;
zijn ros-sen staan op stal weer-om,
en moe-der _ wenscht hem _ wil-le-kom. hem wil-le-kom.
* 17 juli 1878 Nieuwer Amstel (tegenwoordig Amsterdam)
† 23 oktober 1954 Den Haag
Henri Zagwijn was een, in zijn tijd, bekende componist en leraar van de
Vrije School in Den Haag, die al in een vroeg stadium betrokken was bij de
oprichting en ontwikkeling van de antroposofische beweging in Nederland.
Hij groeide op in Rotterdam als zoon van Adrianus Zagwijn en Jeltje van
Kollem. Hier krijgt hij ook een opleiding tot onderwijzer en geeft vanaf
1898 les aan een lagere school. Hij woont bij zijn ouders en heeft een
sterke drang om zich, naast zijn werk, te ontwikkelen. Zijn belangstelling
gaat uit naar muziek, toneel (zijn vader was souffleur) en antroposofie. Op
14 december 1915 wordt hij lid van de Antroposofische Vereniging. In deze
tijd is hij bevriend met collega-onderwijzer Chris van Abcoude, schrijver
van de bekende kinderboeken van Pietje Bell. Van zijn oudere broer, de
violist Jules Zagwijn, bekend als één van de oprichters van het Rotterdams
Symfonie Orkest, leert hij de beginselen van het componeren. Regelmatig
bezoekt hij concerten die met behulp van zakpartituren grondig worden
voorbereid. De stukken die hij schrijft zijn aanvankelijk vocale composities
voor ensembles die hij in zijn vrije tijd leidt. Henri Zagwijn moet een zeer
goed ontwikkeld muzikaal voorstellingsvermogen gehad hebben want hij
bespeelde nauwelijks een instrument. Alleen op de piano kon hij zich
behelpen.
Zijn eerste bekendheid binnen een breder publiek geniet Zagwijn wanneer zijn
fantasie voor groot orkest in 1904 wordt uitgevoerd door het
Concertgebouworkest o.l.v. de dirigent Willem Mengelberg. Hij is dan 26 jaar.
Er volgen uitvoeringen van andere werken op verschillende plaatsen en voor
diverse bezettingen. Zo is er een uitvoering van de "Zauberlehrling" in 1914
in Rotterdam door het Rotterdams Toonkunstkoor en orkest. In 1918 en 1919
volgen opnieuw uitvoeringen door het Concertgebouworkest wederom o.l.v.
Willem Mengelberg van "Weihenacht" (vom Licht, durch die Finsternis zum
Licht) en van "Auferstehung" (ein Vorspiel: Osterglocken). Vanaf 1920, hij
is dan 42 jaar, zal hij een langere tijd niet meer componeren.
Deze pauze valt samen met ingrijpende veranderingen in zijn leven. Na een
periode van 20 jaar stopt hij in 1918 met zijn werk in het lager onderwijs.
In hetzelfde jaar behoort hij tot de groep componisten, onder wie Daniel
Ruyneman en Sem Dresden, die de Nederlandse Vereniging tot Ontwikkeling der
Moderne Scheppende Toonkunst opricht. Deze vereniging had tot doel "de
uitvoeringen en uitgaven van Nederlandse composities van meest
vooruitstrevend karakter te bevorderen." Voor zijn levensonderhoud en dat
van zijn ouders, bij wie hij nog steeds inwoont, geeft hij van 1919 tot 1924
les in Rotterdam aan het conservatorium in de muziektheoretische vakken.
Naast deze activiteiten houdt hij zich intensief bezig met antroposofie. In
april 1919 is hij aktief in een groep met onder andere Jacoba van Heemskerck,
Marie Tak van Poortvliet en Dr. Elisabeth Vreede, die probeert, in navolging
van pogingen van Rudolf Steiner, de idee van de sociale driegeleding in de
maatschappij werkzaam te laten worden. In Rotterdam geeft hij een inleidende
cursus antroposofie, waardoor veel mensen zich voor antroposofie gaan
interesseren. In juli 1923 schrijft hij het boekje "De Muziek in het Licht
der Antroposophie". Het is een samenvatting van een reeks voordrachten die
hij in het voorjaar van 1923 hield.
In november 1923 vindt de oprichting plaats van de "Antroposophische
Vereniging in Nederland". Zagwijn zal gedurende de volgende acht jaar
zitting hebben in het bestuur. Ook neemt hij deel aan de Weihnachtstagung in
1923/1924.
Op aanraden van Rudolf Steiner verbindt Zagwijn zich vanaf de zomer van1924
met de pas opgerichte Vrije School in Den Haag. Hij speelt op grond van zijn
ervaring een belangrijke rol in het schoolleven en is een steun voor veel
jonge collega's. Naast muziek in de lagere klassen geeft Zagwijn veel vakken
aan de oudere leerlingen(13-18 jarigen), o.a. cultuurgeschiedenis, geologie
en later boekbinden. Hij schijnt een strenge leraar geweest te zijn, maar
kon met zijn humor en enthousiasme veel bij de leerlingen bereiken. Muziek
speelde een grote rol in het schoolleven. Zagwijn, inmiddels 46 jaar,
verhuist naar Den Haag. In 1927 leert hij zijn vrouw Augusta Kämpfer kennen
met wie hij kort daarop trouwt. In 1928 wordt hun zoon geboren.
Zagwijn geeft in deze tijd veel lezingen in diverse steden. Vanaf 1932
begint hij weer te componeren. In zijn vrije tijd speelde Zagwijn bij het
amateur-toneelgezelschap "Elpore" o.l.v. Max Gümbel Seiling. Klein van stuk
en markant als hij is speelt hij vaak humoristische rollen.
Tijdens de Duitse bezetting wordt de Vrije School in 1941 gesloten. Zagwijn
is dan 63 jaar. Op de school waar zijn zoon nu naar toegaat, het Gymnasium
Haganum, worden door de leerlingen toneelstukken ingestudeerd (Antigone en
Vondels' Lucifer). Zagwijn componeert hiervoor de muziek.
Tijdens de oorlog wordt het moeilijk het hoofd boven water te houden. Omdat
hij geen lid werd van de Duitse Cultuurkamer en bovendien joodse voorouders
had, kon hij geen beroep uitoefenen en was voorzichtigheid geboden. Onder
soms zeer moeilijke omstandigheden lukt het hem, mede dankzij hulp van
vrienden, met zijn gezin te overleven.
Na de oorlog is hij voornamelijk aktief als componist. De meeste van zijn
composities zijn aan de uitvoerders opgedragen. Tevens is hij vanaf 1946
voorzitter van het bestuur van het Geneco (het genootschap van Nederlandse
componisten). T.g.v. zijn 70-ste verjaardag ontvangt hij een koninklijke
onderscheiding.
Binnen de Antroposofische Vereniging heeft Zagwijn zich bescheiden opgesteld.
Hij had een band met Willem Zeylmans van Emmichoven (1893-1961). Zeylmans
schrijft in een gedenkschrijven in 1954: in zijn voordrachten over muziek
kon Zagwijn zijn diepste wezen openbaren. Dan waren er ogenblikken dat hij "als
een priester, een priester van het woord, de geboorte van een nieuwe muziek,
uit de geestwereld geboren, verkondigde".
De componist en voormalig bestuurscollega van het "Geneco" prof. Marius
Flothuis (1914-2001) vatte Zagwijns streven in een gesprek zo samen: Zagwijn
was in zijn ogen een bekwaam componist, die, en daar klonk iets van
verwondering door, probeerde het alleen maar bekoorlijk-zintuiglijke te
vermijden. In de muziekwereld van nu is hij nagenoeg vergeten. Zijn muziek
wordt heel zelden nog gespeeld.
Marjolijn ter Kuile-van Lokhorst
(mede op basis van gegevens van dr. W.H. Zagwijn, zoon van de componist)
Publikaties:
De Muziek in het Licht der Antroposophie, Rotterdam 1925; Was Goethe
muzikaal? Een geesteswetenschappelijke studie, Den Haag 1932; Een
verzameling autografen en uitgaven van de muziek van Henri Zagwijn bevindt
zich in het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag. Een overzicht van deze
composities is te vinden in de skriptie Henri Zagwijn van M. ter Kuile-van
Lokhorst, Instituut voor Muziekwetenschap in Utrecht (ook aanwezig in de
biliotheek van de Antroposofische Vereniging in Den Haag). Composities van
Zagwijn zijn te verkrijgen bij Uitgeverij Donemus van de Stichting
Muziekgroep Nederland in Amsterdam (www.muziekgroep.nl).
Literatuur:
Paap, W.: Henri Zagwijn, in: Mens en Melodie 1949; idem: Henri Zagwijn, in:
Die Musik in Geschichte und Gegenwart, Bd. 14, Kassel 1968; Kuile-van
Lokhorst, M. ter: De komposities van Henri Zagwijn, Amsterdam 1991; Zeylmans
van Emmichoven, Frederik Willem: Henri Zagwijn, in: MAVN (1954) 11;
Gerretsen, Jeanne: Herinneringen aan Henri Zagwijn, in: MAVN (1954) 11;
Wettum-Enuma, C. van: Henri Zagwijn, in: MAVN (1954) 11; Henny, Arnold C.:
Henri Zagwijn (1878-1954), in: MAVN 42 (1987) 9; Gerretsen, Jeanne: In
memoriam Henri Zagwijn, in: VOp 18 (1954) 1.
--------------------------------------------------------------------------------
Afkortingen: zie de lijst op www.kulturimpuls.org
Do you see a public domain score you
like, but you cannot download it?
Other questions or comments about this web site?
E-mail me:
infoavemariasongs.org
Thank you for visiting Geert's Ave Maria pages. My guestbook is always
only one page away.
Please do not use my guestbook for spamming, flaming or commercials for
other websites. Such entries will be deleted.